Hoe varkens kampioenen zijn in restjes verwerken
Geniet je van een frisse pint of smul je van frieten van de frituur? Wellicht denk je dan niet aan varkens. Maar wist je dat varkens verlekkerd zijn op de restjes van brouwers en aardappelverwerkers? “Varkens zijn kampioenen in het opwaarderen van nevenstromen uit de voedingsindustrie”, weet varkenshouder Kristof Verschelde uit Vosselare.
Het hergebruik van voedselresten is niet nieuw. Vroeger kregen varkens op het erf al te kleine aardappelen of melkresten van het maken van boter voorgeschoteld. Vandaag gebeurt nog steeds hetzelfde, maar dan via een slim voedersysteem waarbij nevenstromen uit de voedingsindustrie gerecycled worden tot hoogwaardig diervoer.
Brijvoeder
Al in 2005 stapte varkenshouder Kristof Verschelde, die een gesloten bedrijf met 700 zeugen en vleesvarkens runt, over naar brijvoeder. “Als je bier brouwt, heb je biergist en draf over”, legt hij uit. “Als je jenever stookt, blijft er een eiwitfractie van je graan over. Bij sojadrinks of babyvoeding blijft sojapasta over. En bij frieten of kroketten zijn dat aardappelschillen en stukjes aardappel. Zonde om die overschotten weg te kieperen, want het zijn kwalitatieve ingrediënten voor diervoer.”
Foto: zoon Louis controleert de brij
“Van die nevenstromen van de voedingsindustrie maken we brijvoer”, gaat Kristof verder. “Dat is een mengsel van natte en droge bijproducten, aangevuld met andere grondstoffen om tot volwaardig veevoeder te komen. We hebben hier zes tanks staan, goed voor 30 ton brijvoer van verschillende nevenstromen. Het verwerken daarvan tot veevoeder gebeurt hier volautomatisch: aan de hand van recepturen in de computer worden er dagelijks verschillende voedersamenstellingen bereid. Alles wordt gemeten, gewogen en geanalyseerd zodat we exact weten wat onze varkens te eten krijgen.”
Strenge controle
Hoewel het om nevenstromen uit de voedingsindustrie gaat, is het absoluut veilig en volwaardig. “De controle op voedselveiligheid is ook voor brijvoer zeer streng”, zegt Kristof. “Enkel veilige en kwalitatieve grondstoffen worden toegelaten.” Dat merkt hij ook aan de kwaliteit van zijn vlees. “Doordat alles gewogen en geanalyseerd is, kunnen we ook beter de vet-vleesverhouding van onze varkens sturen. Met die nevenstromen maken we er hoogwaardige eiwitten van vlees van. Zo worden restjes uit onze voedingsindustrie via het varken opnieuw een gezonde, noodzakelijke voedingsbron voor de mens.”
Populair circulair principe
Niet alleen Kristof, maar tal van Vlaamse veehouders passen dit circulaire principe toe. Uit cijfers van de Belgian Feed Association (BFA) blijkt dat Belgisch diervoeder vandaag al voor de helft uit nevenstromen bestaat. Jaarlijks gaat het om liefst 3,5 miljoen ton aan restproducten – van tarwezemelen en bietenpulp tot gebroken koekjes en snoepjes – die zo nuttig worden gebruikt in plaats van te worden verbrand, vergist of gecomposteerd.
“Ook voor ons milieu is dit een goede zaak”, zegt Kristof. “Aangezien voeding voor 70 procent de ecologische voetafdruk van een varken bepaalt, zorgt het gebruik van die nevenstromen voor een belangrijke daling van de CO2-impact.” Daarnaast zijn ze lokaal beschikbaar, waardoor er veel minder nood is aan primaire, ingevoerde grondstoffen zoals maïs of soja. Ook land, water, meststoffen en brandstoffen worden zo uitgespaard. Die circulaire aanpak wil de sector aanhouden: via een duurzaamheidscharter streeft men ernaar om tegen 2030 minstens 37 % van alle diervoeder uit deze specifieke nevenstromen te halen.
Gefinancierd door de Europese Unie. De hier geuite ideeën en meningen komen echter uitsluitend voor rekening van de auteur(s) en geven niet noodzakelijkerwijs de ideeën of meningen van de Europese Unie of het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) weer. Noch de Europese Unie, noch de steunverlenende autoriteit kan ervoor aansprakelijk worden gesteld.
