Doorheen de hele voedselketen, van de boer tot op je bord, ontvangt het vlees identificatiemerken die het mogelijk maken om na te gaan welke schakels het vlees doorlopen heeft.

Vlees valt tot bij de boer en het individuele dier te traceren.

A0093

Elk dier dat bestemd is voor de voedselketen wordt eerst en vooral gecontroleerd door het FAVV. Hier ontvangt het dier een eerste keurmerk: het is geschikt voor consumptie. Elke schakel (slachterij, uitsnijderij, koelplaats, bereidingswerkplaats…) brengt nadien eigen keurmerken aan, waardoor het vlees tot bij de boer en het individuele dier te traceren valt.

In het geval van rundvlees moet de oorsprong van het dier (geboorteland, land waar het gehouden werd en land van slachting) zelfs verplicht vermeld worden op het etiket van het vlees. Voor varkens-, geiten-, schapenvlees en gevogelte moeten het land van slachting en waar het gehouden werd vermeld worden. De geboorteplaats is niet verplicht.